Alle grafische druktermen voor je op een rijtje

22-08-2018

Herken je dit: je hebt een topontwerp en wil dit laten drukken, maar je snapt geen letter van alle opties die je krijgt? CMYK, maco, pregen … bij drukwerk moet je heel wat keuzes maken en het vakjargon van de grafische sector maakt het er niet eenvoudiger op. Leer de grafische terminologie kennen en haal voortaan het maximum uit je drukwerk.

Veelgebruikte druktermen

Bestandsformaat

Het bestandsformaat is de manier waarop een bestand is opgeslagen op de computer, dit wordt aangegeven met de extensie. Afbeeldingen worden vaak als .jpg opgeslagen, tekst en/of afbeeldingen worden meestal in de vorm van een PDF-bestand, een elektronische afbeelding, uitgewisseld. Eps is een formaat dat ook vaak voorkomt in de grafische sector omdat het vectortekeningen bevat die makkelijk werkbaar zijn voor de meeste machines.

Vector

Een vectorieel bestand is een grafische afbeelding die onbeperkt vergroot en verkleind kan worden zonder verlies van kwaliteit. Je kan een vector dus duizend keer vergroten en alle details nog steeds haarscherp zien.

Resolutie (dpi)

De resolutie van een afbeelding, weergegeven in dpi (dots per inch), bepaalt de kwaliteit van de afbeelding. Hoe hoger de dpi, hoe hoger de dichtheid van het aantal pixels en hoe beter de kwaliteit van de afbeelding.

CMYK, Pantone en RGB

Bij drukwerk worden alle secundaire kleuren samengesteld uit vier kleuren: Cyaan, Magenta, Yellow en Key/Black (CMYK). Wil je een bestand drukklaar maken, dan moet je het steeds omzetten naar CMYK om de kleuren correct te laten drukken.

PMS of Pantone Matching System is een universeel kleurensysteem waarbij de inkt van tevoren wordt gemengd tot de juiste kleur. Deze kleuren zijn overal ter wereld dezelfde en ze worden voor het drukken gemaakt door combinaties van 15 basispigmenten. Ook fluo- of metaalkleuren zijn mogelijk. Je kan ze niet nabootsen met CMYK-kleurcombinaties.

Beeldschermen werken op basis van de kleurenmodus RGB: Red, Green en Blue. Alle secundaire kleuren worden vanuit deze drie basiskleuren samengesteld. Wanneer je bestand opgemaakt is in de RGB-kleuren, dan maak je het drukklaar door het om te zetten naar CMYK.

Kleuren hebben een bepaalde invloed op ons denken en doen, ze zijn het eerste wat we herinneren van een product of merk. Het kan je merk maken of kraken. Benieuwd hoe je de juiste kleur kiest voor je bedrijf? Lees meer over kleurenmarketing.

Welk papier kies je voor drukwerk?

Formaat

Het A-formaat komt het meest voor, het is dan ook hét standaardformaat voor brief- en printpapier. Dit formaat gaat van A0 tot A10. Hoe hoger het nummer, hoe kleiner het papier. Is een A4 te groot en een A5 te klein? Dan biedt een serie B-formaten een tussenoplossing. Zoek je een opvallend en stijlvol papierformaat voor bijvoorbeeld staande flyers of menukaarten, dan is het smalle en langwerpige DIN-formaat het meest geschikt. Of wil je eens out-of-the-box gaan? Kies voor een carré-formaat en wijk af van het rechthoekig karakter van het meeste drukwerk.

Papiersoort

Drukpapier is coated (gestreken) of uncoated (ongestreken). Machine coated of maco-papier is voorzien van één of meerdere dunne strijklagen en heeft een glanzend karakter. Daarmee bezit het de perfecte kwaliteit voor drukwerk zoals flyers en folders.

Er zijn drie types maco-papier:

  • Maco gloss of satiné: voor drukwerk met een glanzende look
  • Maco silk of halfmat: het papier voelt iets zachter aan
  • Maco mat: voor drukwerk met een matte uitstraling

Uncoated papier voelt ruwer aan en is makkelijk beschrijfbaar. Dit papier is geschikt voor bijvoorbeeld briefpapier of enveloppen.

Papiergewicht

De kwaliteit van het papier wordt uitgedrukt in gramsgewicht waarbij de zwaarte van het papier de dikte en stevigheid ervan bepaalt. Voor brieven en standaard kantoorpapier wordt gewoonlijk papier van 90 g/m2 gebruikt, dat betekent dus niet dat het papier 90 gram weegt, maar 90 gram per vierkante meter. Voor flyers is papier van 135 gram aangewezen. In functie van het aantal pagina’s, de huisstijl van een merk en de gewenste uitstraling krijg je voor elke brochure een voorstel op maat.

Welke druktechniek past bij jouw drukwerk?

Er zijn verschillende technieken om drukinkt over te brengen op het te bedrukken materiaal. We lijsten de meest gebruikte voor je op:

  • Offset druk: populaire techniek voor grote oplagen. Het beeld wordt vanaf een vlakke plaat, en voorzien van vocht en daarna van inkt, via een rubberdoek overgezet op het papier.
  • Digitale druk: kan je vergelijken met een laserprinter of inkjetprinter en biedt door de lage vaste kosten voordeel bij kleine oplages. Naast papier, kan je ook op andere materialen zoals hout, kunsstof en textiel printen. Kleine of grote oplages, bij GBL Studio printen we dit allemaal in ons eigen drukatelier.
  • Zeefdruk: de inkt wordt door een zeef op het te bedrukken materiaal aangebracht. Deze techniek kent veel verschillende toepassingen en is geschikt voor moeilijk bedrukbare, vlakke vormen en materialen zoals hout, pvc, metaal, textiel en glas.
  • Tampondruk: dit is een indirect drukproces dat gebruikmaakt van een cliché of geëtste beeldplaat en een flexibel transfermedium (tampon). Objecten met een grillige vorm of een ongelijk vlak kunnen hiermee bedrukt worden.
  • Diepdruk: druktechniek waarbij de delen die gedrukt moeten worden lager liggen dan de onbedrukte delen. Hierbij wordt een drukplaat met verdiepte uitsparingen gebruikt die de inkt vasthouden.

Soorten afwerking drukwerk

Nieten, PUR-gelijmd of genaaid

Nieten is de eenvoudigste manier om vellen papier te binden. Deze bindwijze is, afhankelijk van de dikte van het papier, mogelijk tot een bepaald aantal pagina’s.

PUR is de verkorte naam voor de chemische lijm polyurethaan en is de sterkste lijmsoort die er bestaat voor het binden van boeken. De hechtkracht blijft in alle omstandigheden behouden omdat PUR-lijm ongevoelig is voor temperatuur en oplosmiddelen. Een andere methode om boeken of magazines af te werken, is naaien. Daarbij worden de pagina’s genaaid vastgelijmd aan de cover.

Lamineren

Door middel van hitte wordt een heel transparante folie op het drukwerk aangebracht. In tegenstelling tot bij plastificeren, is het folielaagje bij lamineren niet zichtbaar. Deze afwerking geeft je drukwerk niet alleen extra dikte en stevigheid, maar het verhoogt ook de gebruiksduur en geeft je brochure, flyer of magazine een luxueuze, karakteristieke uitstraling. De meest gekozen laminaatsoorten zijn glanslaminaat, matlaminaat en soft-touch laminaat.

Spot UV en UV-lakken

Met UV-lak wordt een glanzende lak bovenop je drukwerk gelegd. Je kan kiezen voor een volledige lak of je laat een specifiek onderdeel van je ontwerp uitlichten. Lakken geeft je drukwerk een unieke uitstraling en wordt vaak gebruikt bij visitekaartjes en brochures.

Stansen

Na het drukken of printen kan het drukwerk met behulp van een stansvorm uitgekapt worden in de meest uiteenlopende vormen. Van standaardvormen tot een eigen, unieke vorm voor documentatiemappen, vouchers en toegangskaarten, displays, verpakkingen … de dikte, breedte en materialen kan je zelf kiezen.

Rillen

Rillen is het aanbrengen of persen van een vouwlijn om het vouwen van papier of karton makkelijker te maken. Het is aan te raden bij papier vanaf 170 gram.

Pregen

Door reliëf aan te brengen in je drukwerk kan je op een stijlvolle manier en zonder inkt een exclusief element aan je ontwerp toevoegen. Het papier wordt geperst waardoor je een verhoogd of verdiept beeld krijgt. Het mooiste effect krijg je als je enkel een logo of kleine afbeelding in reliëf zet.

Aflopend drukken

De opmaak loopt door tot aan de rand van het papier, het document is dus tot op de rand bedrukt en heeft geen witrand. Om aflopend te drukken heb je voor de afwerking een opmaak nodig die tenminste 3 mm groter is.

CMYK
Meer weten over drukwerk?